10 september, 2018

Samenwerking

Pleidooi bij de deugd van de week samenwerking

Iris van Liere is leerkracht en intern begeleider. Op haar Facebook tijdlijn schreef ze een pleidooi voor onderlinge samenwerking. Het komt zo recht uit het hart, dat het me raakte, en ik haar vroeg of ik het bij de deugd van de week mocht plaatsen. Dat mocht, graag zelfs. Dus bij deze. 

PLEIDOOI

Ergens ten zuidwesten van de grote rivieren is inmiddels de derde schoolweek ingegaan. Drie weken geleden opende onze school haar hekken en deuren om vrijwel alle kinderen en hun ouders te verwelkomen. Op het plein is er het gebruikelijke, aangename gegons van weerzien en blijdschap, vermengd met de geur van verwachting en enige spanning: andere combinatiegroepen en leerkrachten, andere lesstof, opnieuw – soms hooggespannen – verwachtingen.

De juf zet geweldig in: wie is er in ons prachtige stadje, waar het altijd vakantie lijkt, gebleven? Wie heeft hier thuis heerlijk gespeeld en genoten van het mooie weer? We zien een paar stralende snuiten: ja, wij!
Langzaam maar zeker wordt de cirkel groter, tot we de atlas, google maps en de globe nodig hebben om aan te kunnen wijzen waar de vakantie is doorgebracht.

Dan betrekt het eerste gezichtje. Mmmmm, aardrijkskunde. Sáái!
De atlas brengt ons bij de orde van alledag. We geven alle kinderen nieuwe materialen: een pen, een potlood, een gum, een liniaal, puntenslijper, kleurpotloden, viltstiften, een kladschriftje. Rustig, gelardeerd met wat leuke spelletjes, naderen we het moment, waarop de dagelijkse gang van zaken weer haar intrede doet. Ook voor ons, leerkrachten.

Want al gauw dient de realiteit zich in al haar facetten aan.
Niet voor alle kinderen is de zomervakantie zo ontspannen verlopen als het kringgesprek doet vermoeden. Niet alle kinderen zitten goed in hun vel. En niet voor alle kinderen is dit de dag van een relatief onbekommerde start van weer een nieuw schooljaar.

Nog voor de pauze ben ik in gesprek met een aantal ouders, met een huisarts, ondersteunende instanties, het loket, de Raad van Kinderbescherming en anderen. Luister ik naar emotionele verhalen, naar betrokkenheid van mensen, werkzaam bij genoemde instanties, naar zorg, naar tekort aan man- en vrouwkracht en aan handen in de klas, naar te bewandelen wegen geplaveid met eindeloze stapels in te vullen formulieren. Staan er verscheidene spoedberaden in de agenda van mijn duo-collega en mij, wachten er een aantal aanvragen voor het invullen van vragenlijsten en verslagen over kinderen, te maken analyses en hulpplannen en staat de telefoon roodgloeiend.

Drie werkweken verder is de helft van mijn werktijd gegaan naar het bespreken van crises, naar met mijn collega’s samen constructieve bijdragen proberen te leveren aan oplossingen, het opvangen van ouders en kinderen, het aanleveren van formulieren, het luisteren naar wat iedere speler in het veld beweegt, naar multidisciplinair overleg en het trachten in alles de positieve aspecten te benadrukken. Wat gaat er wèl goed? Waar liggen de kansen van het kind en zijn omgeving, waar liggen die van ons? Hoe maken we van de schooldag iets om naar uit te zien? Een dag van uitdagingen, competentie, autonomie? Van gehoord en gezien worden, van kunnen ontwikkelen? Door te kunnen spelen, te ontdekken, te leren van wat goed en minder goed, makkelijk of moeilijker gaat?

Ik zie kinderen die daar te weinig of niet meer aan toe komen. Gevangen in loyaliteitsconflicten, in de onmacht van ouders om de lastige situatie, de boosheid en de rouw na een scheiding of anderszins, handen en voeten te geven. Kinderen die afdwalen met hun gedachten, naar thuis, naar de ouder waar ze wellicht op dat moment niet zijn en naar verlangen, naar hoe het ooit was. Ik hoor de vragen van kinderen, als ik gesprekken met ze heb. De zórgen met name, om papa en om mama.

De vaste bodem onder hun leven, onder hun vermogen om naar eigen kunnen te groeien, te ontwikkelen en te leren, is wankel en in een aantal gevallen weggeslagen.

Dit is een pleidooi. Voor iedereen die betrokken is, zich herkent, die boos is, verdriet heeft, rouwt, voor hulpverleners, voor leerkrachten, voor ons als samenleving.

Ik ben er sterk van overtuigd dat we een evenwichtige maatschappij ontwikkelen als we opmerkzaam zijn, werkelijke aandacht hebben voor elkaar. Dat vraagt van ouders die niet meer samen verder willen of kunnen, dat zij het belang van hun kind voorop stellen: hoe ondersteunen wij jou in je ontwikkeling naar een evenwichtige volwassene? Dat zij een stap achteruit durven te doen, weg van de eigen emotie.
Dat vraagt van betrokkenen als familie en vrienden, die langs de zijlijn staan, dat zij er zijn om het te vieren als dat goed gaat en er ook zijn als er een kink in de kabel komt. Actief te zijn, vragen te stellen: wat hebben jullie nodig en wat kunnen wij daarin betekenen? Dat vraagt samenwerking van mensen in het onderwijs en in alle geledingen, die gespecialiseerd zijn in het ondersteunen. Dat vraagt respect, ruimhartigheid, over formulieren en papieren heen kunnen kijken, gestroomlijnd overleg met mogelijk één spin in het web. Dat vraagt van ons allemaal dat we de handen inéén slaan.

Zodat onze kinderen weer kind kunnen zijn. Ouders weer ouder (ook al is het ieder voor zich). De school weer school en de leerkracht weer de leerkracht…

Iris van Liere

Bestel een set Deugdenkaarten of een Deugdenboek

Facebooktwitterlinkedin
← Terug naar vorige pagina